.jpeg)
Maandagochtend, MT-overleg. Sales meldt een sterke maand aan orders. Finance ziet minder omzet dan begroot. Planning zegt dat de backlog oploopt en dat de lijnen vol zitten. Alle drie hebben gelijk, volgens hun eigen lijst. Het overleg gaat een half uur over de vraag welk getal klopt. Over wat je gaat doen, gaat het nauwelijks.
Je bent niet de enige. In de MKB Barometer 2025 van Exact zegt 64% van de mkb-productiebedrijven dat ze meerdere systemen gebruiken voor hun productieprocessen. Een derde (34%) heeft geen volledig inzicht in de werkelijke productiekosten. En 58% controleert de marges periodiek met rapportages, tegenover 28% die ze realtime volgt met software.
Je ERP is dus niet het probleem. Er staat juist heel veel in. Het probleem is dat registreren iets anders is dan sturen.
Een ERP is gebouwd om transacties goed vast te leggen: een order, een werkbon, een inkoopfactuur, een levering. Daar is het sterk in. Sturen vraagt iets anders. Je wilt trends zien, vergelijken met budget en vorig jaar, en verbanden leggen tussen systemen. Daar gaat het mis.
Zolang het bedrijf klein is, vangt de directeur dat op met kennis en een spreadsheet. Bij groei lukt dat niet meer. En die groei komt eraan: ING Research verwacht dat de Nederlandse industrie in 2026 met circa 2 procent groeit, na drie jaar krimp, meldt Accountant.nl.
Tegelijk lopen de kosten op. In hetzelfde onderzoek van Exact merkt 97% van de productiebedrijven de hogere kostprijzen voor materiaal, grondstoffen en arbeid. Ruim de helft (52%) ziet dat terug in de marge. Meer orders en duurdere input: juist dan wil je elke week weten waar je staat, niet pas bij de kwartaalcijfers.
De eerste reflex is vaak een beter ERP, of een extra module. Dat lost het zelden op. Je krijgt er een systeem bij, met weer een eigen versie van de cijfers.
Wat wel werkt, is een laag boven je systemen. Een centraal datawarehouse haalt de gegevens op uit ERP, MES, planning en Excel. Het legt de definities één keer vast en bewaart de historie. Dashboards bouwen daarop voort. Bij ons heet dat het Helder BI Platform. Je ERP blijft doen waar het goed in is: registreren.
Welke cijfers je daarin zet, hangt af van je bedrijf. Bij productiebedrijven komen we steeds dezelfde vier doorsnedes tegen.
Hoeveel orders kwamen er deze week binnen, tegen budget en tegen vorig jaar? En hoeveel werk ligt er nog, uitgedrukt in weken capaciteit? Met dit getal zie je of je over drie maanden te weinig of te veel werk hebt. Voorwaarde: één definitie van order intake, en een backlog die elke dag wordt vastgelegd. Dan zie je de lijn in plaats van een momentopname.
Omzet zegt iets over vorige maand. Leg je hem naast de backlog en de openstaande offertes, dan zie je of het budget haalbaar is. Een directeur die dat op maandagochtend ziet, hoeft niet te wachten op de maandafsluiting.
De uren staan in je urenregistratie of MES, de geplande orders in het ERP. Pas samen vertellen ze of een lijn overbelast is of stilstaat. Daar begint ook het ad-hoc herplannen. Zie je de bezetting een paar weken vooruit, dan kun je het voorkomen.
Voorcalculatie tegen werkelijk: materiaal, uren, machinetijd. Bij veel productiebedrijven kost dat dagen handwerk, of het gebeurt helemaal niet. Met stijgende kosten is dit precies de plek waar marge verdwijnt zonder dat iemand het merkt. Op onze pagina voor productiebedrijven lees je welke stuurgetallen er nog meer zijn.
Odink & Koenderink is een bedrijf van ruim honderd jaar oud dat na een herpositionering sterk groeit, met twee bedrijven: O&K en Connectens. Na de overstap naar Odoo stond de data verspreid. Rapportages werden met de hand in Excel gemaakt. Er circuleerden meerdere versies van de waarheid, en het maandoverzicht kostte meerdere dagen.
De vraag van de directie was eenvoudig: waar staan we vandaag, en liggen we op koers?
We hebben eerst het Helder BI Platform ingericht als centrale datalaag op Odoo. Daarna kwamen de eerste commerciële dashboards: order intake, omzet en order backlog, voor beide bedrijven. Het traject liep van kick-off en het ophalen van de wensen, via een mock-up, naar de bouw. Bij de oplevering hoorde een training.
Binnen enkele weken stond het platform en waren de eerste dashboards live. De directie ziet nu dagelijks de order intake, de omzet en de backlog, volledig geautomatiseerd. Niemand hoeft daarvoor nog een export te maken. Lees de hele case van Odink & Koenderink.
Belangrijker dan het dashboard is wat eronder ligt. De definities staan vast en de historie wordt bewaard. Komt er later een systeem bij, dan verandert het verhaal niet. Daardoor kan het platform doorgroeien naar sales, operations en supply chain, en later naar AI die de vraag voorspelt of afwijkingen signaleert.
Begin niet met een lijst van twintig KPI's. Begin met één vraag waarop je in het MT-overleg wilt sturen. Voor de meeste productiebedrijven is dat: liggen we op koers met orders en omzet?
Schrijf daarna op wat je onder order intake verstaat, in welke systemen die gegevens staan en wie eigenaar is van het getal. Dat is een gesprek van een uur, geen IT-project. Het laat meteen zien waar de verschillen tussen afdelingen vandaan komen.
Die ene vraag wordt de eerste fase. Scherp afgebakend, binnen enkele weken live en direct bruikbaar in het overleg. Daarna voeg je bezetting of nacalculatie toe, stap voor stap, op hetzelfde fundament.
Wil je zien hoe dat eruitziet? Vraag een demo aan. We laten je zien hoe order intake, omzet en backlog op één plek samenkomen, en wat dat betekent voor jouw MT-overleg.
En een vraag om over na te denken: over welk cijfer ging jullie laatste MT-overleg het langst?